De kronieken van het studentenleven #5

Precies een maand geleden schreef ik over op kamers gaan en toen ik het nog een keer las, besefte ik me dat ik niet echt was ingegaan op het belangrijkste aspect van het op kamers zijn. Niet hoeveel vierkante meter je kamer is, niet hoe leuk je het hebt ingericht of hoe dicht je bij het centrum zit (al is dat laatste wel handig), maar degenen met wie je het allemaal moet delen: je huisgenoten.

Niet je familie, niet je vrienden
Begrijp me niet verkeerd, je huisgenoten kunnen enorm leuk en gezellig zijn. Meestal is dat ook het geval, maar ze zijn niet hetzelfde als vrienden. Bij vrienden deel je in wezen een (klein) deel van je leven. Niet alleen vertel je hen over dingen die je zijn overkomen, maar je maakt er deel van uit. Hoewel je met je huisgenoten in dezelfde woning leeft, heb je niet hetzelfde leven. Ik zeg niet dat het overal zo is, maar in mijn geval hebben al mijn huisgenoten een heel ander leefritme, de een meer en de ander minder sociaal contact en compleet andere hobby’s. Ik vind al mijn huisgenoten enorm aardig, maar we lijken eigenlijk niet zo op elkaar. Toen ik net op kamers ging, vond ik het heel erg wennen, omdat dit een heel andere relatie was dan ik kende. Mijn huisgenoten waren niet zoals mijn familie, maar ze waren ook geen vrienden. Ze zaten in een heel andere categorie. Dat merkte ik ook toen een van mijn huisgenoten ging verhuizen. We namen afscheid van elkaar, zij vertrok en we hebben elkaar nooit meer gesproken. Natuurlijk kan het ook anders. Misschien blijken ze helemaal niet aardig te zijn of misschien krijg je wel een enorm goede band met je huisgeno(o)t(en).

Ergernissen
Omdat iedereen in huis anders leeft, kan dat soms zorgen voor irritaties. Misschien is de ene huisgenoot gewend om elke dag om zeven uur ’s ochtends een uur te douchen terwijl ze een heel Lady Gaga-album zingt en dat terwijl jij om drie uur ’s nachts pas in bed lag. Iedereen heeft een ander beeld van hygiëne, geloof het of niet, en er zijn misschien huisgenoten die het niet zo belangrijk vinden dat de afwas meteen gedaan wordt. Het enige advies dat er is: praat erover. Maak goede afspraken en laat het je huisgenoten weten als je ergens mee zit. Onthoud: het is net zo goed jouw thuis als die van hen. Jij hebt ook recht op een stem.

Do’s
Zoals ik ook de vorige keer zei: wees lief voor je huisgenoten. Houd rekening met hun wensen (dat betekent niet dat je altijd maar moet doen wat zij fijn vinden, maar rekening houden met wat zij willen is altijd handig).
Als jij spullen of voedsel van hen pakt, kun je verwachten dat zij dat ook bij jou doen. En zorg ervoor dat je ‘geleend’ eten altijd weer teruggeeft.
Praat over zaken die jou dwarszitten of die je duidelijker wil stellen. Misschien wil je wel een schoonmaakrooster. Bespreek dat dan met huisgenoten. Onthoud dat jij hier woont en dat je het recht hebt om het fijn te hebben. Bedenk ook dat, als je gehospiteerd hebt, je huisgenoten je leuk vinden en dat je dus niet bang hoeft te zijn dat ze een complot tegen je smeden of je stiekem haten.

Dont’s
Probeer geen eigendommen van je huisgenoten te slopen, hoe klunzig je ook bent.  Ga niet midden in de nacht lawaai maken. Dat is gewoon logica. Spaar geen vaat op in je kamer. Het is niet handig als er geen messen meer zijn, behalve die beschimmelde in jouw kamer.
Nog een belangrijke tip: met je kamer mag je alles doen wat je wilt, met de gemeenschappelijke ruimten niet. Als je drastische veranderingen wil aanbrengen of van plan bent om het de komende weken niet schoon te maken, houd dan rekening met je huisgenoten. Met andere woorden: vermink de gemeenschappelijke ruimten niet zonder overleg. En denk niet dat andere huisgenoten dat wel mogen doen.

Andere meningen en tips zijn altijd welkom, net als suggesties voor nieuwe Kronieken!

Advertenties

18 gedachtes over “De kronieken van het studentenleven #5

    • Heel genuanceerd gebracht 😛 Het ligt er denk ik een beetje aan of je leuke huisgenoten hebt en of je het leuk vindt om met anderen samen te wonen. Ik kan me heel goed voorstellen dat sommige mensen liever helemaal geen huisgenoten hebben.

      • Ik heb er slechte ervaringen van allerlei aard. Van lawaaiig tot gewoon gestoord tot types die verliefd op me werden. Ik wil gewoon een eigen huis :’)

  1. Best handig om te lezen, al wist ik de do’s en dont’s wel. Maar het iswel een goede reminder. Ik ga over een maand op kamers en ik vind het echt super spannend.

  2. Leuk en handig om te lezen! Misschien kun je ook nog wat schrijven over studieboeken/studieverenigingen (al weet ik niet of jouw universiteit daar aan doet, de verenigingen) en over hoe je het elke maand voor elkaar krijgt om rond te komen. Want studenten schijnen ontzettend arm te zijn, al ben ik er meestal eerder van overtuigd dat ze hun geld aan verkeerde dingen uitgeven XD

    • 1. Ik ben zelfs voorzitter van een studievereniging 😉
      2. Studenten zijn inderdaad arm en dat is niet altijd buiten hun schuld om, maar het is ook helemaal niet erg of zo.
      Ik zal er nog (een) blog(s) aan wijden!

  3. Communiceren is zó belangrijk. Ik heb maar 3 verschillende huisgenoten gehad (okay 4, maar die ene was maar één maand in onderhuur, dus die telt niet echt) en merkte het verschil ook echt. Eerst was er een kook- (in Enschede eten de meeste huizen dagelijks samen, in tegenstelling wat ik uit veel andere steden hoor) en schoonmaakrooster nódig, later werd dit gewoon persoonlijk met elkaar besproken of belden we anders even. Eerst ging ik na het eten ook altijd direct naar mijn kamer en keek ik nooit mee tv, want ze keken toch stomme programma’s. Dat veranderde in gezellig samen eten en kletsen/(studie) frustraties van je af praten (scheelde dat ik op het laatst een huisgenootje had die dezelfde studie deed ;)). Maar het is inderdaad wel apart, nu ik niet meer studeer doe ik wel moeite om contact te houden met mijn vrienden, maar mijn huisgenoten spreek ik eigenlijk nooit meer. Niet dat het niet leuk is, maar toch, het is inderdaad anders.

  4. Ik woon samen met m’n vriend, maar ook dan is het even wennen! Maar hij snapt me wel beter dan huisgenoten ooit zouden kunnen, denk ik, dat scheelt wel weer!

  5. Geen familie, geen vrienden. Maar een derde categorie: huisgenoten. Fuck, ik begrijp nu pas dat je gelijk hebt wat dit onderscheid betreft, dat het bestaat, na ca. 1 jaar huisgenoten gehad te hebben.

  6. pffff volgens mij zou ik een hele slechte huisgenoot zijn, rekening houden met is niet mijn sterkste kant haha! Ik hoop dat je misschien nog steeds wel echt vrienden kunt worden met sommigen, het zou toch handig zijn 😀

  7. Ik denk dat ik geen geschikte huisgenoot zou zijn, ik ben de zeur en zemelaar en ruim nooit op. Ik ben dan ook niet op kamers geweest, dat is voor iedereen wel zo prettig. 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s