Op zoek naar motivatie #3: de criticus

Ik heb dit stuk twee jaar geleden geschreven toen de criticus me behoorlijk aan het lastigvallen was. Ik daag je uit om van je criticus een personage te maken. Is het een zakenman of een monster? Misschien is het wel iemand die je kent.

Ik stel me mijn innerlijke criticus voor als een soort trol of een lelijke en gemene kabouter. Hij bevindt zich in het woud van gedachtes in mijn hoofd en hij verschilt zich in de schaduwen, wachtend op zijn prooi.

Wacht! Daar komt er een. Het is een idee in de vorm van een jong hert. Het is een prachtig idee. Vrolijk loopt hij over het pad dat naar een bepaalde plek leidt, maar niemand weet wat die plek is en hoe het eruit ziet. Volgens de legendes is het een prachtig paradijs met voedsel in overvloed en met vrienden om mee te spelen. Niemand kent de plek, behalve de trol. Hij fluistert eerst zijn woorden en geeft ze met de wind mee.
“Je bent waardeloos.”
Het hertje kijkt om zich heen. Wat was dat? Wie was dat? Waar heeft die stem het over?
“Denk je nu echt dat jij het verschil uit gaat maken? Heb je jezelf wel eens gezien? Je bent niks.”
Het hert blijft nu stil staan. Hij speurt in de boomtakken en in het woud naar diegene (of datgene) waar de stem bij hoort. Dan springt de trol tevoorschijn.
“Zo zo”, zegt hij dan, in zijn handen wrijvend. “Dus jij denkt dat je naar het mooie paradijs gaat?”
Het hert knikt, zijn ogen zijn groot geworden en hij loopt onbewust achteruit, weg van de trol. De trol lacht, maar het klinkt niet vrolijk.
“Ik heb er al veel langs zien komen. Grote ideeën, kleine ideeën. Mooie ideeën, lelijke ideeën. Ik heb ze allemaal gezien.”
“Wie… wie bent u?”, vraagt het hert met een klein stemmetje.
“Ik?”, zegt de trol verbaasd. “Ken je me dan niet? Ik ben Magnus de Grote! Ik ben het belangrijkste wezen van dit woud. En de meest betrouwbare, maar dat zeg ik maar niet te hard. Ik ben de Poortwachter van het Prachtige Paradijs!”
De trol spreidt zijn armen trots, alsof hij het paradijs met eigen handen heeft opgebouwd.
“Poortwachter?” vraag het hert.
“Ja, poortwachter. Ik bekijk de ideeën, ik keur ze zogezegd. Ik praat even met ze, vraag waar ze voor staan. Soms vraag ik naar politieke voorkeur en religie, ook al mag dat niet echt. Vertel dat maar niet door. Maar goed. Nadat ik het idee goed heb leren kennen, bepaal ik wie er door mag gaan naar het Prrrachtige Parrrradijs!”
“Oh”, zegt het hert, “dat heeft niemand me verteld. Ik was al gekozen uit al die ideeën, dus ik dacht…”
“Niet vert… niet verteld?! Potverdrie! Ik zeg het altijd tegen die gasten daar, laat die ideeën nou weten dat ze langs de poortwachter moeten! Elke keer weer dat gezeur! Het gaat ook nooit eens goed!”
De trol begint heen en weer te ijsberen terwijl hij mompelend vloekt en woorden uitspreekt die het lieve, onschuldige hertje nooit heeft gehoord. Het hertje lijkt onder de indruk van dit toneelstukje en wordt zenuwachtig. Is hij wel goed genoeg om door te mogen gaan naar het Paradijs? Misschien is hij niet mooi of leuk of spontaan genoeg. Ongemerkt gaat hij ook ijsberen. Dan slaat de trol toe.
“Weet je, hertje”, zegt de trol, “in de afgelopen vier, vijf, zes dagen heb ik al vier ideeën zoals jij gezien. Je bent gewoon niet echt, hoe zal ik het zeggen… je bent niet echt origineel. Ik weet het, ik ben streng, maar dat moet ook. Ik wil de grote baas niet teleurstellen met onoriginele ideeën. Ik ben streng, maar de baas is nog erger. Sterker nog, het is een monster! Een heks! Een feeks. Ik durf me niet eens ziek te melden! Daarom laat ik alleen grote, sterke, moedige en goede ideeën door. Heb je dat in je, denk je?”
Op dat moment heeft het hertje tranen in zijn oogjes. Hij kan het niet, dat is wel duidelijk. Hij is maar een klein, zielig idee. Bovendien is hij bang geworden voor die grote baas. Straks is ze gemeen tegen hem.
“Wat moet ik nou doen?”, zeg het hert, terwijl de eerste waterlanders over zijn hertengezichtje lopen. De trol doet als een vriend die te vertrouwen is.
“Mijn advies? Ga lekker terug naar huis, naar je ouders. Probeer wat aan te sterken, probeer te trainen enzovoorts. Misschien kun je het over een tijdje weer proberen. Het is niet erg. Niemand wordt boos.”
Het hertje knikt. Zijn ogen zijn terneergeslagen. Hij draait zich om en keert huiswaarts.

Advertenties

14 gedachtes over “Op zoek naar motivatie #3: de criticus

  1. Misschien is het voor jou wel leuk om Het nut en nadeel van geschiedenis, van Nietzsche te lezen. Gaat voor een deel ook over een dergelijke kritische houding, en is heel inzichtelijk 🙂

  2. shit, waarom denk ik nu dat die trol ‘piep piep piiieeeep’ zegt, terwijl hij toch zeker ‘trolololo’ zegt? Echt, ik word gek…

  3. Prachtig verwoord! Dit hertje is zeker voorbij die trol gekomen. 🙂
    Bij mij is het meer een zeurderig typje waar ik me de laatste tijd niet zoveel meer van aantrek, maar ik zal er eens overna denken hoe ik deze wat meer vorm kan geven.

  4. Dit klinkt naar een blog over mijn eigen innerlijke criticus 😉

    Mooi verwoord, snap je precies! Bij mij is het eerder een gemenere, sadistischere versie van mij die alles in twijfel trekt. Hmmm hier moet ik nog eens langer overna denken en uitwerken. Leuk idee om t zo te verwoorden!

  5. Hmm, ik moet nu denken aan die vreemde scène van de laatste Harry Potter film waarbij Ron dat gruzielement moet verwoesten en zo’n visioenen krijgt… Da’s ’n beetje gelijk mijn interne criticus – bah.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s