Proza: het café van nostalgie

Ik voelde me de hoofdrolspeelster in een Franse film, daar in een café waar ik nog nooit geweest was en met in mijn rechterhand een klassieker van de literatuur de ik pretendeerde te lezen. Ik was niet slim genoeg voor al die punt-komma’s. Terwijl de zinnen veranderden in een lange dagdroom, draaide mijn blik naar hem. Hij zag er bekend uit, met zijn kapsel waar duidelijk niks aan was gedaan, de oversized sweater en een aroma van pure onafhankelijkheid om hem heen.
Ik had mijn koffie nog niet aangeraakt, bedacht ik me, en zodra ik een slok nam wist ik waarom ik hem herkende: zo zien al die jongens eruit. Klein beetje ongeschoren, oude spijkerbroeken en afgetrapte sneakers. Het was allemaal onderdeel van het imago. De Vrije Jongen. De Bohemian. Ik liet de koffie in mijn mond draaien terwijl ik hem nog verder in me opnam en bedacht hoe zijn persoonlijkheid zou moeten zijn.
Hij leek me zo iemand die het boek dat ik las zou waarderen, al was het alleen vanwege die naam die het had. Hij speelde in en een bandje. Indie-rock. Hij rook sigaretten en dronk whiskey. Als hij alleen was, speelde hij gitaar en neuriede hij zachtjes de melodie. Hij bezat een typemachine waarvan de ‘s’ loszat, waardoor in al zijn brieven zijn afscheid “liefss” zei, alsof hij alleen sliste in geschrift. Hij was nog nooit echt verliefd geweest, maar niet vanwege het gebrek aan aanbod. Hij nam lange wandelingen in zijn eentje en wanneer hij terugkwam had hij niets gezien.
Hij dronk zijn koffie zwart. Dat was geen gok, ik kon het zien vanaf het kleine houten tafeltje waar ik zat, met de zon in mijn rug en de bedrijvigheid voor mijn ogen.
Ik stelde me voor dat hij me aansprak, me vroeg wat ik aan het lezen was. Dat we in gesprek raakten, waarna hij uiteindelijk voorstelde om ergens anders heen te gaan, een of andere underground kroeg waar wel eens vrienden van hem speelden. We zouden samen dansen, tot het te laat was om nog een poging te doen om te gaan slapen.
Buiten zou het regenen, maar niet hard genoeg om te willen schuilen. Hij zou me bij de hand pakken en we zouden gaan rennen, zonder bestemming, niet wetende wat er zou gebeuren. Rennen. Het water zou opspatten tegen onze enkels en mijn haren zouden lijnen op mijn gezicht vormen. En dan zouden we stoppen. Ik stelde me voor hoe hij mijn gezicht tussen zijn handen zou nemen en heel langzaam dichterbij zou komen. Een kus. De regen.
De volgende dag zou ik wakker worden met een trui gevuld met de geur van sigaretten en een vreemde brok in mijn keel. Nostalgie naar een herinnering die nog gevormd moest worden.
Maar dit was geen Franse film. Dit was een echt café met echt slechte koffie. Mijn boek, de enige vorm van fantasie in dit moment, had ik al lang gesloten. De jongen zat te spelen met zijn iPhone. Ergens in de verte hoorde ik een accordeon. Ik schudde mijn hoofd, maar de muziek ging door. Misschien, als ik het echt probeerde, kon ik de roman nog begrijpen.

Advertenties

13 gedachtes over “Proza: het café van nostalgie

  1. Leuk Nicole! Het dagdroom/werkelijkheid-idee is vrij bekend maar ik vind dat je ’t leuk ingevuld hebt, ook door die kleine dingetjes als die iPhone – iets dat in mijn ogen echt totaal afbreuk doet aan de jongen zoals hij in die dagdroom is. En dat verwerk je er lekker subtiel in, dat vind ik leuk!

  2. Mooi Nicole! De typemachine vooral (het aroma vind ik eerlijk gezegd een beetje overdreven), en het einde. Enne, volgende keer stoppen met dagdromen en gewoon aanspreken. Al was het maar voor de prachtige verhalen die daarna boven komen drijven 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s