Ik leef nog, het is gewoon koud

De tijd is inmiddels aangebroken dat de kou al in mijn kleren hangt voor de zon is opgegaan, en wanneer de wekker gaat ben ik er tegenwoordig van overtuigd dat het vier uur ’s nachts is. Gisteren stond ik op een overvol perron op Utrecht Centraal en ik ademde wolkjes uit, het schemerde nog en mijn trein was ruim een half uur vertraagd (chaos). Alle gesprekken beginnen tegenwoordig met hoe koud het is en dan zegt die ander “nou hè!”, alsof we het fenomeen winter nooit eerder hebben meegemaakt.

Ik heb geen blog meer geschreven sinds mijn verjaardag, en toen schreef ik alleen omdat ik vond dat het vreemd is om geen blog te schrijven wanneer je jarig bent. Heb je dat ook wel eens, dat je een tijdje niet blogt en je dan afvraagt: waarom doe ik het eigenlijk? Waarom gooi ik deze nutteloze stukjes op het internet, en waarom lezen mensen het?

Bladeren

 

Ik heb ook een nieuwe scanner waarmee ik al mijn domme tekeningen kan inscannen. Het is pas sinds kort dat ik werkelijk mijn liefde voor tekenen en schilderen heb herontdekt. Als kind kras je er veel makkelijker op los en laat je het aan je ouders en grootouders zien. Je bent al trots op die ene paarse cirkel met een blauwe vlek ernaast en deelt je artistieke interpretatie vrijelijk (“het is een dinosaurus met een ei, duh”). Als je ouder bent, moet het per se mooi zijn, of nuttig, of moet het iets op kunnen leveren. We kunnen allemaal wel iets meer kinderlijk enthousiasme gebruiken. Er is niks mis met ‘nutteloos’ gekrabbel of kwaliteitsloze schilderijen op dun papier.

Bomen

 

Om het winterse gevoel nog meer te versterken ben ik zelfs nog gaan schaatsen en zoals gewoonlijk ben ik een paar keer goed gevallen (daar wil mijn schaatsmaatje me ook regelmatig aan herinneren: “Ik ben één keer gevallen maar Nicole TWEE KEER!” Bedankt Renee). Ik draag de blauwe plekken als twee grote ronde medailles op mijn knieën, ze verkleuren sneller dan de bladeren.

En zo komen we steeds dichterbij de 2014-lijstjes en goede voornemens en mijn handen zijn koud van het typen. Ik heb één Pumpkin Spice Latte geproefd om te kijken of ik het stereotype kan vervullen, maar helaas, ik hou nog steeds meer van groene thee en warme chocolademelk (zonder slagroom, mét koekje(s)). Om samen te vatten: ik leef nog, ik heb het gewoon koud, en ik heb geen idee wanneer mijn volgende blogpost komt. Maar reacties zijn altijd welkom.

Advertenties

Ik ben niet jarig

Vandaag ben ik 22 jaar geworden en ik heb zo’n beetje alle artikelen over 22 jaar of twintiger zijn doorgespit. Uiteindelijk ben ik er niet veel wijzer uit geworden, behalve dat het fenomeen ‘altijd geldgebrek hebben en geen flauw idee hebben wat je aan het doen bent’ algemeen bekend is. Dat is best een hele geruststelling, aangezien ik een stuk of tien jaar geleden dacht dat ik het nu allemaal wel op een rijtje zou hebben qua financiën, wijsheid en een gevoel dat het ergens heengaat.

Het afgelopen weekend heb ik mijn verjaardag gevierd door appeltaart en mijn nu inmiddels beroemde chocolade-chocolade-chocoladetaart te maken (verduidelijking: er zit heel veel chocolade in) en vervolgens een significant deel ervan mijn strot in te schuiven. Natuurlijk volgde daarop de belofte dat ik vanaf nu een voorbeeld zou zijn van clean eating om die binnen vierentwintig uur weer te verbreken. Je weet hoe het gaat.

Het voelt niet echt als een verjaardag, en dat komt omdat ik inmiddels heb geleerd dat je je niet anders voelt wanneer je weer een jaartje ouder bent. Bovendien zat ik de hele dag op de universiteit. Het hielp ook niet dat ik mijn medestudenten niets had gezegd over het heuglijke feit. Maar zeg nou eerlijk, hoe ongemakkelijk is het om je natuurlijk te gedragen wanneer mensen je toezingen?

In ieder geval ben ik nu 22 en ben ik ongeveer net zo ver als gisteren. Het enige verschil is dat ik nu waarschijnlijk een aantal keer mijn leeftijd vergeet of fout zeg en dat mensen nu denken dat ik volwassener ben dan een 21-jarige. Schijn bedriegt, mensen. Schijn bedriegt.

In de Ban van de Winterjas

Ik ben wellicht in de afgelopen dagen mijn blog een beetje vergeten. Mijn excuus hiervoor is dat ik ontdekt heb dat de Albert Heijn bij mij in de buurt pindakaaspotten van een kilo verkoopt. Van Calvé. Ik heb er zelfs een foto van gemaakt. Elke keer wanneer ik naar de supermarkt ga, loop ik er even langs en denk ik verlangend aan het moment dat mijn huidige Calvépot op is en ik eindelijk die gigantische bron van geluk mag kopen.

Maar dat terzijde.

Een situatie die een grote rol speelde in mijn leven de afgelopen week was mijn ontbrekende winterjas. Na een paar dagen Spanje was ik even vergeten dat het in Nederland niet zo lekker zonnig zou zijn en liet ik mijn winterjas bij mijn moeder liggen terwijl ik zelf naar Utrecht ging. De eerste paar dagen was het geen probleem, maar elke dag zag ik de temperatuur een paar graden zakken. Om te compenseren voor het gebrek aan daadwerkelijke bescherming tegen de kou, heb ik de afgelopen week steeds meer winterspullen gedragen. Het gevolg was dat ik eruit zag alsof ik heel verward was over het klimaat; lichte kleding met een wintermuts en handschoenen passen blijkbaar niet zo. Ik heb overigens ook nog nooit zo vaak “heb je het niet koud?!” gehoord.

Inmiddels ben ik weer herenigd met mijn geliefde winterjas en kan ik de wereld weer trotseren zonder het permanent koud te hebben. Ik kijk er nu zowaar naar uit om op de fiets te stappen in plaats van dat ik overal mijn dekens mee naartoe wil nemen. Het enige nadeel is dat ik van nature een koukleum ben en mijn winterjas me alleen maar koud én bezweet maakt. Maar goed, je kunt niet alles hebben.

Ik ben Goofy niet

In februari van dit jaar kreeg ik van een vriendin, als een ietwat laat verjaardagscadeau’tje, een Q&A A Day boekje. Dit is een soort dagboek dat je vijf jaar lang bijhoudt, waarbij je op elke dag een vraag beantwoordt. Zo was de vraag van 27 oktober: “What was the last goofy thing you did?” En waar ik normaal een toepasselijk (of sarcastisch) antwoord heb, bleef mijn pen dit keer hangen boven de grijze antwoordlijntjes.

Ik kon me niks herinneren. Nu denk je misschien dat ik een opperserieus mens ben, maar dat is helemaal niet waar. Op een of andere manier is er een drukke levensstijl bij mij ingeslopen, en pas toen ik de vraag las, besefte ik dat dit was gebeurd.

Nu was er een tijd dat ik heel veel vrije tijd had. Zo schreef ik op 19 maart (“Describe your work ethic”) dat ik vooral ging voor een minimale inspanning voor een maximaal resultaat. Nu weet ik niet hoe in een aantal maanden dat motto veranderd is naar doe alles met heel je hart, maar zo is het nu eenmaal. Waar ik eerst alleen een paar uurtjes studie in de week had als verplicht materiaal, ben ik nu lid van een sportvereniging, doe ik vrijwilligerswerk, ben ik bezig met een groot verhaal, doe ik voor het eerst in jaren weer oprecht mijn best voor mijn studie, onderhoud ik een blog, heb ik meer en sterkere vriendschappen te onderhouden, en wil ik ergens ook nog wel een paar uurtjes slapen. Je snapt dat er inmiddels weinig tijd overblijft voor ‘goofy’ dingen, wat dat ook mag betekenen.

Ik zeg niet dat ik dit alles wil veranderen. Ik vind mijn leven heel erg leuk. Er is niks in mijn dagelijkse activiteiten waar ik tegenop zie of waardoor ik mijn bed niet uit wil. Maar er is ook een deel van mij dat vraagt: is dit hoe volwassen worden eruit ziet? Word ik nu serieus en saai? Moet ik per se gekke dingen doen? Of vertel ik mezelf dat omdat ik vind dat mensen met een druk leven zichzelf te serieus nemen? Maar, om mijn overtuigingen even in stand te houden, misschien moet ik mezelf ook maar niet te serieus nemen en meegaan met de stroming. Het was eerst een rustig beekje en nu is het een wat sneller stromende rivier. Wie weet waar het water me heen leidt.

Het is Halloween en ik ben bang voor alles

Het is Halloween en het is avond. Het is Halloween, avond, ik ben alleen thuis en ik heb vandaag een trailer gezien van een enge film. Dit alles is een optelsom waarvan de uitkomst is dat ik niet goed weet hoe ik nu moet gaan douchen, aangezien ik daarna niet meer door de gang naar mijn kamer durf te lopen.

Het probleem is dat ik heel erg hou van het kijken van trailers van horrorfilms. Ik kijk de films zelf liever niet, aangezien ik de trailers meestal angstaanjagend genoeg vind om de weken erna niet meer goed te kunnen slapen. Daarnaast vertellen trailers tegenwoordig het hele verhaal kort en bondig in een paar minuten en dat bespaart tijd in deze snelle samenleving. Maar de ironie wil dat ik helemaal niet tegen horror kan en dat ik daardoor ga dromen dat dat ene kleine enge meisje van The Ring in mijn kledingkast zit (en ja dit heb ik daadwerkelijk gedroomd).

Overigens: waarom zijn er zoveel horrorfilms waarin kleine meisjes iedereens leven tot een hel maken? Waarom zijn het geen kleine jongetjes of, nog logischer, mensen die daadwerkelijk eng zijn, zoals moordenaars, zakenmannen en politici? Gewoon even een vraag.

In ieder geval, normaal gesproken kan ik het angstniveau redelijk laag houden door de horrortrailers in het daglicht te kijken en daarna een paar trailers voor een komedie met J-Law erin te gebruiken als onderdrukkingsmateriaal. Maar het lot wil dat het vandaag Halloween is en om een of andere reden is alles dan tien keer enger. Het helpt dan ook niet dat ik ooit ergens gelezen heb dat er meer moorden zijn op Halloween en dat mijn fantasie me zo’n beetje alles kan wijsmaken. Je hoort het al: ik ga niet slapen vannacht. Ik ga nu even alle ramen en deuren sluiten en op mijn telefoon alvast 112 indrukken.

Caliente (het enige Spaans wat ik heb geleerd)

Ik typ deze blogpost op mijn GLOEDNIEUWE en PRACHTIGE laptop waarvan het beeldscherm anti-glare is en de toetsen zo verwerkt zijn in de computer dat er geen eten onder de toetsen komen. Toen ik het ding aan het instellen was, vroeg het me hoe ik de laptop wilde noemen. Ik typte meteen Beyoncé in, maar mijn broer zei dat ik dat niet moest doen, omdat andere mensen mijn laptop konden ‘zien’. Maar ‘Nicole’s laptop’ klonk zo saai, en na een lange tijd naar mijn beeldscherm te staren raakte ik in paniek en noemde ik het Yoghurt. En die naam past veel beter dan Beyoncé.

Afgelopen weekend moest ik helaas tijdelijk afscheid nemen van mijn nieuwe speeltje, want het paste niet in mijn handbagage voor mijn vlucht naar Valencia. Eenmaal in de zonnige stad aangekomen, vergat ik echter heel snel dat ik Yoghurt thuis had liggen (zowel in de koelkast als in de laptoptas). De prachtige oude gebouwen, de vreemde moderne gebouwen, het enorm lange groene park en de aquaria waar ik tijdelijk verliefd werd op een beluga die me nieuwsgierig aan bleef kijken wanneer hij langs zwom, al deze dingen maakte het prima dat ik tijdelijk achter ging lopen op mijn studie-leeswerk en opdrachten.

Hoogtepunten: 1) mijn ober die zo zijn best deed op zijn Engels maar vooral hele mooie ogen had en die wat mij betreft niets hoefde te zeggen, 2) het moment dat ik het aquarium inliep en ik meteen allerlei drukte van me af voelde glijden, 3) het GEWELDIGE ontbijt in het hotel, inclusief mini-donuts, churros, allerlei soorten fruit, feta, broodjes en roerei, you name it, het was er, 4) in plaats van ‘authentiek’ Spaans voedsel te eten als alle toeristen, op de eerste avond fastfood halen en het in pyjama op het zachte hotelbed eten, vreemd genoeg een ervaring van pure luxe, 5) 207 treden naar boven lopen in de toren van de kathedraal om vervolgens te genieten van een prachtig uitzicht over de gehele stad en omstreken, 6) eigenlijk vooral het ontbijt, laten we eerlijk zijn, ik hou van ontbijt en ik keek er elke ochtend naar uit.

Er zijn nog drieduizend andere dingen die ik wil vastleggen voor mezelf en voor de wereld over de dingen die ik heb bedacht en gedaan in Valencia. Voorlopig blijft het bij dit: het was leuk. Het was heel erg leuk. Mijn wanderlust is weer aangewakkerd.

Inpakpiet

Morgen vertrek ik voor een weekendje weg naar het nu nog zonnige Valencia. Naast het feit dat ik dan weer moet dealen met mijn vervelende angst om met het vliegtuig te reizen, moet ik me ook weer moed inspreken om mijn spullen in te pakken.

Momenteel liggen alle spullen die ik vanuit Utrecht mee moet nemen netjes op mijn bed. Dat klinkt allemaal heel goed, tot je bedenkt dat ik over een half uur weg moet en dat ik ondertussen dus dit stukje aan het typen ben.

Toen ik met mijn bestie Lotte op vakantie ging, was het nog een stapje erger. In plaats van de dag van tevoren van alle kampeerspullen te verzamelen, deden wij allebei precies hetzelfde: een kwartier voor vertrek bedenken wat we nu eigenlijk allemaal nodig hadden. Ik overdrijf niet. We zijn gewoon last minute personen. Uiteindelijk bleek die aanpak niet heel slecht te zijn, we hadden gewoon alles bij elkaar gekregen. Vraag me niet hoe.

Nu het weer zo ver is, bekruipt me het oude gevoel weer dat me vertelt dat ik sowieso iets ben vergeten. Iets wat heel belangrijk is, en wat ik niet zomaar kan kopen in de Spaanse stad. Ik heb al een aantal keer naar mijn bed gekeken in de hoop dat ik kon uitvinden wat het was, maar ik moet er maar op vertrouwen dat mijn inpakskills sinds de zomer niet achteruit zijn gegaan.

Adiós!

Regendansen

vetcool

Er zijn twee dingen die ik zeker weet over het regenachtige weer en dat is dit: 1) Alles moet een zwart-wit Instagramfilter krijgen en 2) Alles is beter met een trui aan en een kop thee. Het zijn beide oerinstincten.

Terwijl het halve land klaagt over hoe donker en koud het is, alvast in een winterdepressie raakt en het toch probeert om met paraplu buiten te lopen (het is alleen komisch dat een paraplu binnenstebuiten waait wanneer jij niet degene bent die het ding vasthoudt), heb ik deze week zo’n beetje onophoudelijk de tijd om vanuit mijn warme kamer van het weer te genieten. Na het afronden van mijn papers heb ik namelijk eventjes rust voordat ik weer aan de slag ga met de volgende vakken.

Die rust houdt vooral in dat ik mijn laptop ver van me vandaan hou, veel muziek luister en de hoeveelheid afwas met een gigantische snelheid vergroot. Inmiddels moet ik met enige tegenzin zeggen dat ik verslaafd ben geraakt aan Shake it Off van Taylor Swift en dat ik mijn dansetroutine op het liedje heb geperfectioneerd.

Terwijl de wind tegen mijn raam raast en de regen in poelen op straat ligt, leef ik mijn huismusdromen uit. Maar dat betekent niet dat ik alleen maar binnen zit. Ik moest ook mijn paperfrustraties uiten en ging daarom maar, als een echte bikkel, door de regen hardlopen. Ik voelde me Rocky terwijl ik een heuvel oprende met regendruppels in mijn wimpers. En daarna: douchen en het herfstige weer van me af shaken. Ik ben weer mijn oude zelf.

Het is een nacht

Als je je afvraagt waar ik de afgelopen dagen heb uitgehangen, weet dan dat ik niet verder weg van mijn laptop ben geweest dan normaal. Dit is namelijk de week dat ik de afgelopen periode aan colleges moet afronden met papers die qua samenhang zo ongeveer het tegenovergestelde zijn van mijn innerlijke leefwereld. Het is nogal lastig voor een chaoot als mijzelf om me te houden aan de strakke regels van het academisch schrijven, zeker wanneer je gewend bent om elke paar zinnen een smiley te plaatsen en het woordje ‘fucking’ zo’n beetje een vast onderdeel is van je vocabulaire.

Al met al gaat het wel goed, tot vannacht. Mijn onderburen waren weer eens lekker bezig het weekend te vieren en voor hun hoort daar standaard gitaarspelen bij, plus het bijbehorend meeblèren. Het enige voordeel is dat het gitaarspel niet slecht is, maar de nadelen zijn duidelijk. Terwijl ik lag te woelen in mijn bed en probeerde de oh zo belangrijke slaap te pakken die mijn brein nodig had om te functioneren, gooiden mijn onderburen er een luidkeels She Will Be Loved uit. Niet alleen hun liedjes hebben een behoorlijk volume, ook hun gesprekken zijn prima te horen vanuit mijn kleine kamertje.

Dit leidde ertoe dat ik er ’s nachts overtuigd van was dat ze het hadden over de verschillen en overeenkomsten tussen paganisme en wicca, iets waar ik in een van mijn papers mee worstelde. Pas toen ik (rond drie uur ’s nachts) klaarwakker was, besefte ik dat dit waarschijnlijk niet een heel normaal onderwerp is voor een stel mannen die zo te horen rond de twintig zijn.

Uiteindelijk heb ik nog een paar uurtjes dromen kunnen pakken en zat ik vanmorgen weer fris en fruitig literatuur door te nemen. Het enige obstakel dat nu nog in mijn weg ligt is mijn geliefde laptop, die nu toch eindelijk met één been in het computergraf staat. Hij rammelt ontevreden en is extra langzaam geworden. Na ons paperschrijf-avontuur wordt het misschien toch maar tijd om ieder een eigen weg te gaan. Ik, op naar mijn volgende laptopmaatje, en mijn laptop, naar de schroothoop. Voor nu genieten we nog van onze romance.

De dankbaarheidstrend

Vanmorgen ging ik hardlopen en de eerste herfstbladeren lagen al op de vochtige grond. Het was de eerste hardloopronde sinds ik mijn knieblessure had opgelopen en ik liep verder dan ik verwacht had. Ik vraag me toch af hoe het soms moeilijker is voor mij om een paar meter naar de badkamer te lopen om mijn lenzenvloeistof weg te gooien dan om een paar kilometer ongemakkelijk te rennen, maar dat terzijde.

Ik baalde dat ik mijn telefoon niet mee had genomen, omdat de wolken zo prachtig waren en het bos zo magisch. Ik wilde het op Instagram zetten, en dat wilde ik tweeten, en nu ben ik aan het bloggen. Het stomme is dat ik stiekem helemaal niet hou van dankbaarheidslijstjes en dat ik ze tegelijkertijd geweldig vind.

Ik heb de neiging om details in mijn notitieboekje op te schrijven; de manier waarop iemand in de bus lachte, de jongen bij de bloemenkraam die heel lief met een klant omging, de zon die nog even doorbreekt. Als ik dan zo’n lijstje gemaakt heb, voel ik me daarna beter, al schrijf ik die dingen niet met die reden op.

Ik probeer me nog zo lang mogelijk te verzetten tegen de 100 happy days challenge en de dankbaarheidslijstjes en al die andere blogs, tweets en statusupdates waarin mensen hun dankbaarheid uiten. Ik weet niet waarom, en ik weet niet of en hoe lang ik het vol ga houden. De conclusie is: blijf vooral doorgaan met je dankbaarheid. Ik ben blij dat je gelukkig werd van je kopje koffie in de ochtend en ik vind je Instagram-filter erbij heel geslaagd. Geniet ervan.