Oude kamer

Mijn oude slaapkamer is tegenwoordig meer een opslagplaats voor dingen waar ik geen ruimte voor heb in mijn Madurodam-studentenkamer in Utrecht. Rechts naast mijn computer staat de knuffelbeer van mijn kindertijd die ik Peer had genoemd en die alleen nog maar bestaat omdat mijn moeder zo lief was om elke keer armpjes, beentjes en het hoofdje goed vast te naaien met roze draad.

Vroeger zag mijn kamer er heel anders uit, maar de ingebouwde kast heeft altijd vol gezeten met spullen van het hele gezin, van slaapzakken tot nette pakken en beddengoed. Toen ik op de basisschool zat, sloten een vriendin en ik ons in de kast op, in de hoop dat wanneer we er weer uit stapten, we terug in de tijd waren gegaan. Ik weet nog zo goed dat ik wist dat het niet zou werken, maar dat ik toch een klein beetje hoop had dat er een wonder zou gebeuren.

Ik herinner me nog alle posters die hier hingen in mijn tienertijd, toen mijn leven geregeerd werd door emobands die meer en mooiere eyeliner droegen dan ik. Mijn meest geliefde bezit destijds was mijn geweldige stereo en de speciale editie van een cd van My Chemical Romance, waar ik al mijn geld voor had opgespaard. Ik had overigens minstens acht posters van hen op mijn kamer, waarvan drie er levensgroot waren en naast elkaar hingen. Nog nooit waren er zoveel ogen op me gericht wanneer ik me aan het omkleden was.

De muren zijn vorig jaar opnieuw geverfd en de vloerbedekking is vervangen door laminaat, en sindsdien heb ik er niks meer aan gedaan. Het is een beetje alsof je een boek ondersteboven leest, de verwarring dat iets anders is maar toch hetzelfde. Deze week slaap ik in mijn oude bed en de kale muren staren op me neer. In de hoek staat een statief dat ik nooit gebruikt heb, en op mijn bureau een kabel waarvan ik de functie niet weet. In mijn bureaula stapels volgeschreven notitieboekjes, die begonnen toen ik hier weg ging. Zo ontzettend veel herinneringen. Ik ga ze allemaal eens bekijken.

Als ik verder niks meer schrijf deze week, alvast fijne dagen!

Advertenties

Ik ben niet jarig

Vandaag ben ik 22 jaar geworden en ik heb zo’n beetje alle artikelen over 22 jaar of twintiger zijn doorgespit. Uiteindelijk ben ik er niet veel wijzer uit geworden, behalve dat het fenomeen ‘altijd geldgebrek hebben en geen flauw idee hebben wat je aan het doen bent’ algemeen bekend is. Dat is best een hele geruststelling, aangezien ik een stuk of tien jaar geleden dacht dat ik het nu allemaal wel op een rijtje zou hebben qua financiën, wijsheid en een gevoel dat het ergens heengaat.

Het afgelopen weekend heb ik mijn verjaardag gevierd door appeltaart en mijn nu inmiddels beroemde chocolade-chocolade-chocoladetaart te maken (verduidelijking: er zit heel veel chocolade in) en vervolgens een significant deel ervan mijn strot in te schuiven. Natuurlijk volgde daarop de belofte dat ik vanaf nu een voorbeeld zou zijn van clean eating om die binnen vierentwintig uur weer te verbreken. Je weet hoe het gaat.

Het voelt niet echt als een verjaardag, en dat komt omdat ik inmiddels heb geleerd dat je je niet anders voelt wanneer je weer een jaartje ouder bent. Bovendien zat ik de hele dag op de universiteit. Het hielp ook niet dat ik mijn medestudenten niets had gezegd over het heuglijke feit. Maar zeg nou eerlijk, hoe ongemakkelijk is het om je natuurlijk te gedragen wanneer mensen je toezingen?

In ieder geval ben ik nu 22 en ben ik ongeveer net zo ver als gisteren. Het enige verschil is dat ik nu waarschijnlijk een aantal keer mijn leeftijd vergeet of fout zeg en dat mensen nu denken dat ik volwassener ben dan een 21-jarige. Schijn bedriegt, mensen. Schijn bedriegt.

Ik ben Goofy niet

In februari van dit jaar kreeg ik van een vriendin, als een ietwat laat verjaardagscadeau’tje, een Q&A A Day boekje. Dit is een soort dagboek dat je vijf jaar lang bijhoudt, waarbij je op elke dag een vraag beantwoordt. Zo was de vraag van 27 oktober: “What was the last goofy thing you did?” En waar ik normaal een toepasselijk (of sarcastisch) antwoord heb, bleef mijn pen dit keer hangen boven de grijze antwoordlijntjes.

Ik kon me niks herinneren. Nu denk je misschien dat ik een opperserieus mens ben, maar dat is helemaal niet waar. Op een of andere manier is er een drukke levensstijl bij mij ingeslopen, en pas toen ik de vraag las, besefte ik dat dit was gebeurd.

Nu was er een tijd dat ik heel veel vrije tijd had. Zo schreef ik op 19 maart (“Describe your work ethic”) dat ik vooral ging voor een minimale inspanning voor een maximaal resultaat. Nu weet ik niet hoe in een aantal maanden dat motto veranderd is naar doe alles met heel je hart, maar zo is het nu eenmaal. Waar ik eerst alleen een paar uurtjes studie in de week had als verplicht materiaal, ben ik nu lid van een sportvereniging, doe ik vrijwilligerswerk, ben ik bezig met een groot verhaal, doe ik voor het eerst in jaren weer oprecht mijn best voor mijn studie, onderhoud ik een blog, heb ik meer en sterkere vriendschappen te onderhouden, en wil ik ergens ook nog wel een paar uurtjes slapen. Je snapt dat er inmiddels weinig tijd overblijft voor ‘goofy’ dingen, wat dat ook mag betekenen.

Ik zeg niet dat ik dit alles wil veranderen. Ik vind mijn leven heel erg leuk. Er is niks in mijn dagelijkse activiteiten waar ik tegenop zie of waardoor ik mijn bed niet uit wil. Maar er is ook een deel van mij dat vraagt: is dit hoe volwassen worden eruit ziet? Word ik nu serieus en saai? Moet ik per se gekke dingen doen? Of vertel ik mezelf dat omdat ik vind dat mensen met een druk leven zichzelf te serieus nemen? Maar, om mijn overtuigingen even in stand te houden, misschien moet ik mezelf ook maar niet te serieus nemen en meegaan met de stroming. Het was eerst een rustig beekje en nu is het een wat sneller stromende rivier. Wie weet waar het water me heen leidt.

Het is Halloween en ik ben bang voor alles

Het is Halloween en het is avond. Het is Halloween, avond, ik ben alleen thuis en ik heb vandaag een trailer gezien van een enge film. Dit alles is een optelsom waarvan de uitkomst is dat ik niet goed weet hoe ik nu moet gaan douchen, aangezien ik daarna niet meer door de gang naar mijn kamer durf te lopen.

Het probleem is dat ik heel erg hou van het kijken van trailers van horrorfilms. Ik kijk de films zelf liever niet, aangezien ik de trailers meestal angstaanjagend genoeg vind om de weken erna niet meer goed te kunnen slapen. Daarnaast vertellen trailers tegenwoordig het hele verhaal kort en bondig in een paar minuten en dat bespaart tijd in deze snelle samenleving. Maar de ironie wil dat ik helemaal niet tegen horror kan en dat ik daardoor ga dromen dat dat ene kleine enge meisje van The Ring in mijn kledingkast zit (en ja dit heb ik daadwerkelijk gedroomd).

Overigens: waarom zijn er zoveel horrorfilms waarin kleine meisjes iedereens leven tot een hel maken? Waarom zijn het geen kleine jongetjes of, nog logischer, mensen die daadwerkelijk eng zijn, zoals moordenaars, zakenmannen en politici? Gewoon even een vraag.

In ieder geval, normaal gesproken kan ik het angstniveau redelijk laag houden door de horrortrailers in het daglicht te kijken en daarna een paar trailers voor een komedie met J-Law erin te gebruiken als onderdrukkingsmateriaal. Maar het lot wil dat het vandaag Halloween is en om een of andere reden is alles dan tien keer enger. Het helpt dan ook niet dat ik ooit ergens gelezen heb dat er meer moorden zijn op Halloween en dat mijn fantasie me zo’n beetje alles kan wijsmaken. Je hoort het al: ik ga niet slapen vannacht. Ik ga nu even alle ramen en deuren sluiten en op mijn telefoon alvast 112 indrukken.

De geluksplant

Laat ik met de deur in huis vallen: het idee dat je geluk vanuit jezelf kunt genereren en dat je het alleen uit jezelf kunt halen, is een hoop onzin. Die gedachte houdt geen rekening met het feit dat mensen soms door omstandigheden of chemische onbalans heel moeilijk gelukkig kunnen zijn en het zegt in principe dat je je niet rot mag voelen om dingen die zich buiten je afspelen.

lslsls

Wat ik wil zeggen is dit. Soms ben je gewoon niet gelukkig. Dat is geen ramp en het is geen karakterfout. De Westerse gedachte heeft ons ingepraat dat we naar geluk moeten streven en dat als we het eenmaal bereikt hebben, we voor altijd in een soort gelukszalige bubbel zullen leven, zonder dat dingen van buitenaf ons ooit kunnen raken. Hoor je hoe onmogelijk dit klinkt?

Geluk is een plant in je eigen geestelijke moestuintje. Je hebt heel veel andere planten in je tuin. Je hebt een boosheidsplantje, en je hebt een plant voor ontspanning. Ze groeien allemaal door elkaar, en naast elkaar, en ze hebben allemaal zonlicht en water nodig. Als je zegt dat geluk het hoogste goed is, loop je het risico dat plantje te verdrinken in teveel water en dat je alle andere plantjes negeert, met alle gevolgen van dien.

lslslsl

De geluksplant en de blijheidsplant en de verdrietsplant groeien en bloeien. Elk seizoen veranderen ze. Je geeft elk van hen genoeg water, genoeg zonlicht, genoeg verzorging, en je ziet dat elk plantje groeit zoals het hoort. Soms heeft het ene plantje wat meer aandacht nodig dan de ander. En, als je lang genoeg geduld hebt, kun je uiteindelijk de vruchten plukken van al die tijd en energie die je erin hebt gestopt.

De geluksplant krijgt misschien de meeste schoonheidsprijzen, maar onderschat niet de waarde van een tuin die volledig in bloei staat.

Onverstaanbaar

Vandaag was ik aan het kliederen op een heel groot vel. Ik plakte er stickers op en tekende onder andere een zee, een UFO, een boom met bloedrode aderen, sterren, een zwart-wit gestreepte pyramide met stralen er omheen, een tevreden donderwolk en een kubus. Ik zei tegen Lotte dat het een zelfportret was, en ze vroeg me of ik wilde uitleggen waar alles voor stond.

Hoe duidelijk het in mijn hoofd was, ik kon het niet uitleggen. Het was alsof de taal in mijn hoofd de grammatica van het Nederlands oversteeg. “De zee is gewoon de zee, het is mij, weet je wel, oké, alles is mij op dit vel, maar dit is de zee!” Tot zover mijn retorische kunsten.

Ik ben nogal een vaag persoon. De dingen die zich in me afspelen, zijn vaak niet goed te vertalen naar de buitenwereld. Dat zorgt voor behoorlijk wat verwarring en miscommunicatie, niet alleen wanneer ik mijn lichtelijk zorgelijke ‘zelfportretten’ toon aan een vriendin, maar ook in het alledaagse leven. Probeer maar een sollicitatiegesprek te doen wanneer het er in je hoofd uitziet alsof je een zesjarige een uur alleen hebt gelaten met verf, glitters en tomatensaus.

Gelukkig is het goed leven met deze conditie na het observeren van mensen die geen last lijken te hebben van een onvertaalbaar brein en het uitzoeken van geduldige vrienden. Godzijdank bestaan er in de moderne tijd bovendien genoeg technologische snufjes waar ik eindeloos mijn teksten mee kan bijschaven.

Het enige op mijn tekening wat ik echt kon uitleggen was overigens de UFO. Je kunt het wel raden: soms ben ik net een alien.

PS.

Ps. Ik heb je deze hele mail geschreven vol met verhalen en vertellingen over wat er in mijn leven is gebeurd, maar het enige wat ik eigenlijk wilde zeggen was ‘hoi, ik ben er’ en het liefst wil ik als reactie ‘hoi, ik zie je, en ik ben er ook’, want dat is uiteindelijk waar we dit voor doen toch?

Ik heb nu colleges in media en het gaat altijd over hoe media ons veranderen, onze maatschappij, onze communicatie, onze manier van leven, en er was een vrouw op het scherm die zei dat we niet meer alleen durven zijn, en ik vraag me af of er ooit een tijd is geweest waarin we dat wel durfden. Soms besteed ik tijden op mijn telefoon en klik ik elke keer nieuwe apps aan en denk ik: waar ben ik nu mee bezig? Is dit hoe ik mijn tijd wil besteden?

Klik.

Ik weet niet of nieuwe media ons echt veranderen of dat er gewoon een nieuwe kant van onszelf aan het licht komt door nieuwe media. Maar er is iets geruststellends aan het zien dat iemand ook ‘online’ is op Whatsapp om vier uur ’s nachts. Zijn we samen alleen of alleen maar samen?

Een PS. is een nagedachte, een laatste toevoeging die je nog was vergeten voordat je je brief afsloot, maar tegenwoordig gebruiken we het nog steeds, ook al kunnen we onze emails gewoon bewerken. Wat zegt dat over ons? Wat zegt het dat we een PS. anders lezen en anders schrijven dan de rest van een bericht? We zijn vreemde wezens.

Verzenden…