Ik leefde zes jaar in een studentenhuis en dit is wat er gebeurde (niks)

Het leven in een (soort van) studentenhuis gaat niet altijd over rozen. Zo hebben we in mijn huis regelmatig te kampen met mysterieuze donkere vlekken op de keukenvloer, lijkt schimmel zich spontaan te manifesteren, en hebben we slechts een paar maanden geleden een haarbal ter grootte van een dikke cavia uit onze afvoer getrokken. We doen ons best om er iets van te maken. Van het leven, niet van de haarbal.

Na zes jaar doorgebracht te hebben in dit huis, heb ik een heleboel geleerd. Zo weet ik dat schoonmaakroosters niet werken, je er zelf nooit eens naar kijkt, maar dat je het wel vervelend vindt dat je huisgenoten er niks mee doen. Dan zeg je zoiets als, “jongens, dit kan niet, we moeten echt weer ons best erop doen”, om vervolgens nooit meer naar dat trieste schemaatje te kijken. Maar je hebt iets gezegd, en daar voel je je dan toch wel goed over.

Ook heb ik, na zo’n dertien verschillende huisgenoten (het ligt niet aan mij, ik beloof het) geleerd: de beste manier om een band op te bouwen met willekeurige vreemden met wie je toevallig een huis deelt, is om samen slechte reality televisie te kijken. Dit is een feit waar niets of niemand tegenop kan. Ook al haat je het, niets is beter dan samen haten. Uiteindelijk kijk je uit naar die ene avond in de week dat je kijkt naar hersenloze mensen die hersenloze dingen doen. Je gaat van hen houden. Net als van je huisgenoten.

Ook al ben ik al enige tijd een ware afgestudeerde armoedzaaier, ik blijf nog heel even in dit oude, lelijke, aftandse, troosteloze spookhuis waar de lampen nooit vervangen worden en de bacteriën aan je levensverwachtingen knabbelen. Ik geniet teveel van de huisgenoten die hun levensverhaal over me uitstorten wanneer ze thuiskomen, van de afwas die zich op magische wijze binnen drie minuten opstapelt en de huisfeesten waarvan onze vloer verandert in een plakkerig alcoholzwembad. Oké, eigenlijk heb ik gewoon niet genoeg geld om te verhuizen. Maar daar kan ik mee leven. Ik ben nog heel even student.

Advertenties

Ik studeerde af en toen werden sommige dingen best kut

Hoi, ik ben na drieduizend jaar niet bloggen uit de dood opgestaan om te zeggen dat afgestudeerd zijn best wel terrifying is. Ik kan niet meer zeggen dat ik iets ga doen “als ik later groot ben”. Ik bén al groot. Dat ik vorige week nog Oreo’s in cakebeslag doopte en dat mijn avondeten noemde, is irrelevant. Ik moet nu carrière maken, nadenken over hoe ik mijn huur betaal zonder hulp van de overheid (de ultieme suikeroom), en naar bed gaan op een redelijk tijdstip omdat ik het anders niet trek om de volgende dag mijn kantoordag vol te maken.

Ook zo iets. Een kantoorbaan. Ik weet nog dat ik vroeger met mijn hippiehoofd claimde dat ik noooooit een kantoorbaan zou hebben. Van 9 tot 5 achter een computer zitten? Dat klinkt als de hel! Jongens, ik ben toch een veel vrijere geest dan dat?
Maar je snapt het, ik zit momenteel op een kantoor en mijn werkdag duurt van 9 tot 5. En stiekem, soms, dan betrap ik mezelf erop dat ik het leuk vind, en dan ben ik bang dat ik ooit iets ga snappen van de hypotheekrenteaftrek en andere enge Volwassen Concepten.

Ondertussen dringen alle dromen die ik had voor “later” en “als ik dan écht helemaal vrij ben” zich aan me op. Vroeger – zie je, ik begin nu al over vroeger, alsof ik een of andere bejaarde ben die terugdenkt aan de oorlog – dacht ik namelijk dat als je klaar bent met studeren, je 1) vol zelfvertrouwen zit, 2) compleet voorbereid bent op alles wat het leven naar je gooit, en 3) volledige en ultieme vrijheid hebt om te doen wat je wilt. Ha. Ha. Ha. Nee dus. Ik ben nog steeds die kneus die over haar woorden struikelt als ze nerveus is (oftewel: altijd) en die ongeveer net zoveel levenswijsheid heeft als een pinda. Daarnaast blijkt dat je overal geld voor nodig hebt. Oh, je wilde reizen na je studie? Een jaar in een boomhut wonen om je roman te schrijven? Een website oprichten waarop je zelfgemaakte houten egeltjes verkoopt? Sterkte ermee, want je hebt al je spaargeld uitgegeven omdat je wilde “genieten van je studietijd”. En nu krijg je geen vaste baan, nee, je moet gewoon stage lopen en hopen dat je deze maand genoeg sneetjes brood overhoudt. Deal maar met die momenten dat je midden in de nacht wakker wordt en denkt WAT IS MIJN LEVEN??

Natuurlijk is het niet allemaal slecht. Dat ben ik verplicht om te zeggen zodat mensen zich geen zorgen gaan maken om me. Maar eerlijk, ik ben best tevreden. Hoewel het openingsliedje van Friends steeds meer mijn leven beschrijft, weet ik wel wat belangrijk is voor me. Carrière maken en stinkend rijk worden, interesseert me niet zo. Maar mijn vrienden, sport, en creatieve uitlaatkleppen zijn me veel waardevoller dan het papiertje dat ik op zak heb (ik noem het dikwijls mijn “placemat”) of de ondertitel die ik op LinkedIn kan zetten. Fuck, ik bén gewoon het openingsliedje van Friends. Zolang ik Ross niet ben, vind ik het best.

Oude kamer

Mijn oude slaapkamer is tegenwoordig meer een opslagplaats voor dingen waar ik geen ruimte voor heb in mijn Madurodam-studentenkamer in Utrecht. Rechts naast mijn computer staat de knuffelbeer van mijn kindertijd die ik Peer had genoemd en die alleen nog maar bestaat omdat mijn moeder zo lief was om elke keer armpjes, beentjes en het hoofdje goed vast te naaien met roze draad.

Vroeger zag mijn kamer er heel anders uit, maar de ingebouwde kast heeft altijd vol gezeten met spullen van het hele gezin, van slaapzakken tot nette pakken en beddengoed. Toen ik op de basisschool zat, sloten een vriendin en ik ons in de kast op, in de hoop dat wanneer we er weer uit stapten, we terug in de tijd waren gegaan. Ik weet nog zo goed dat ik wist dat het niet zou werken, maar dat ik toch een klein beetje hoop had dat er een wonder zou gebeuren.

Ik herinner me nog alle posters die hier hingen in mijn tienertijd, toen mijn leven geregeerd werd door emobands die meer en mooiere eyeliner droegen dan ik. Mijn meest geliefde bezit destijds was mijn geweldige stereo en de speciale editie van een cd van My Chemical Romance, waar ik al mijn geld voor had opgespaard. Ik had overigens minstens acht posters van hen op mijn kamer, waarvan drie er levensgroot waren en naast elkaar hingen. Nog nooit waren er zoveel ogen op me gericht wanneer ik me aan het omkleden was.

De muren zijn vorig jaar opnieuw geverfd en de vloerbedekking is vervangen door laminaat, en sindsdien heb ik er niks meer aan gedaan. Het is een beetje alsof je een boek ondersteboven leest, de verwarring dat iets anders is maar toch hetzelfde. Deze week slaap ik in mijn oude bed en de kale muren staren op me neer. In de hoek staat een statief dat ik nooit gebruikt heb, en op mijn bureau een kabel waarvan ik de functie niet weet. In mijn bureaula stapels volgeschreven notitieboekjes, die begonnen toen ik hier weg ging. Zo ontzettend veel herinneringen. Ik ga ze allemaal eens bekijken.

Als ik verder niks meer schrijf deze week, alvast fijne dagen!

Ik leef nog, het is gewoon koud

De tijd is inmiddels aangebroken dat de kou al in mijn kleren hangt voor de zon is opgegaan, en wanneer de wekker gaat ben ik er tegenwoordig van overtuigd dat het vier uur ’s nachts is. Gisteren stond ik op een overvol perron op Utrecht Centraal en ik ademde wolkjes uit, het schemerde nog en mijn trein was ruim een half uur vertraagd (chaos). Alle gesprekken beginnen tegenwoordig met hoe koud het is en dan zegt die ander “nou hè!”, alsof we het fenomeen winter nooit eerder hebben meegemaakt.

Ik heb geen blog meer geschreven sinds mijn verjaardag, en toen schreef ik alleen omdat ik vond dat het vreemd is om geen blog te schrijven wanneer je jarig bent. Heb je dat ook wel eens, dat je een tijdje niet blogt en je dan afvraagt: waarom doe ik het eigenlijk? Waarom gooi ik deze nutteloze stukjes op het internet, en waarom lezen mensen het?

Bladeren

 

Ik heb ook een nieuwe scanner waarmee ik al mijn domme tekeningen kan inscannen. Het is pas sinds kort dat ik werkelijk mijn liefde voor tekenen en schilderen heb herontdekt. Als kind kras je er veel makkelijker op los en laat je het aan je ouders en grootouders zien. Je bent al trots op die ene paarse cirkel met een blauwe vlek ernaast en deelt je artistieke interpretatie vrijelijk (“het is een dinosaurus met een ei, duh”). Als je ouder bent, moet het per se mooi zijn, of nuttig, of moet het iets op kunnen leveren. We kunnen allemaal wel iets meer kinderlijk enthousiasme gebruiken. Er is niks mis met ‘nutteloos’ gekrabbel of kwaliteitsloze schilderijen op dun papier.

Bomen

 

Om het winterse gevoel nog meer te versterken ben ik zelfs nog gaan schaatsen en zoals gewoonlijk ben ik een paar keer goed gevallen (daar wil mijn schaatsmaatje me ook regelmatig aan herinneren: “Ik ben één keer gevallen maar Nicole TWEE KEER!” Bedankt Renee). Ik draag de blauwe plekken als twee grote ronde medailles op mijn knieën, ze verkleuren sneller dan de bladeren.

En zo komen we steeds dichterbij de 2014-lijstjes en goede voornemens en mijn handen zijn koud van het typen. Ik heb één Pumpkin Spice Latte geproefd om te kijken of ik het stereotype kan vervullen, maar helaas, ik hou nog steeds meer van groene thee en warme chocolademelk (zonder slagroom, mét koekje(s)). Om samen te vatten: ik leef nog, ik heb het gewoon koud, en ik heb geen idee wanneer mijn volgende blogpost komt. Maar reacties zijn altijd welkom.

Ik ben niet jarig

Vandaag ben ik 22 jaar geworden en ik heb zo’n beetje alle artikelen over 22 jaar of twintiger zijn doorgespit. Uiteindelijk ben ik er niet veel wijzer uit geworden, behalve dat het fenomeen ‘altijd geldgebrek hebben en geen flauw idee hebben wat je aan het doen bent’ algemeen bekend is. Dat is best een hele geruststelling, aangezien ik een stuk of tien jaar geleden dacht dat ik het nu allemaal wel op een rijtje zou hebben qua financiën, wijsheid en een gevoel dat het ergens heengaat.

Het afgelopen weekend heb ik mijn verjaardag gevierd door appeltaart en mijn nu inmiddels beroemde chocolade-chocolade-chocoladetaart te maken (verduidelijking: er zit heel veel chocolade in) en vervolgens een significant deel ervan mijn strot in te schuiven. Natuurlijk volgde daarop de belofte dat ik vanaf nu een voorbeeld zou zijn van clean eating om die binnen vierentwintig uur weer te verbreken. Je weet hoe het gaat.

Het voelt niet echt als een verjaardag, en dat komt omdat ik inmiddels heb geleerd dat je je niet anders voelt wanneer je weer een jaartje ouder bent. Bovendien zat ik de hele dag op de universiteit. Het hielp ook niet dat ik mijn medestudenten niets had gezegd over het heuglijke feit. Maar zeg nou eerlijk, hoe ongemakkelijk is het om je natuurlijk te gedragen wanneer mensen je toezingen?

In ieder geval ben ik nu 22 en ben ik ongeveer net zo ver als gisteren. Het enige verschil is dat ik nu waarschijnlijk een aantal keer mijn leeftijd vergeet of fout zeg en dat mensen nu denken dat ik volwassener ben dan een 21-jarige. Schijn bedriegt, mensen. Schijn bedriegt.

In de Ban van de Winterjas

Ik ben wellicht in de afgelopen dagen mijn blog een beetje vergeten. Mijn excuus hiervoor is dat ik ontdekt heb dat de Albert Heijn bij mij in de buurt pindakaaspotten van een kilo verkoopt. Van Calvé. Ik heb er zelfs een foto van gemaakt. Elke keer wanneer ik naar de supermarkt ga, loop ik er even langs en denk ik verlangend aan het moment dat mijn huidige Calvépot op is en ik eindelijk die gigantische bron van geluk mag kopen.

Maar dat terzijde.

Een situatie die een grote rol speelde in mijn leven de afgelopen week was mijn ontbrekende winterjas. Na een paar dagen Spanje was ik even vergeten dat het in Nederland niet zo lekker zonnig zou zijn en liet ik mijn winterjas bij mijn moeder liggen terwijl ik zelf naar Utrecht ging. De eerste paar dagen was het geen probleem, maar elke dag zag ik de temperatuur een paar graden zakken. Om te compenseren voor het gebrek aan daadwerkelijke bescherming tegen de kou, heb ik de afgelopen week steeds meer winterspullen gedragen. Het gevolg was dat ik eruit zag alsof ik heel verward was over het klimaat; lichte kleding met een wintermuts en handschoenen passen blijkbaar niet zo. Ik heb overigens ook nog nooit zo vaak “heb je het niet koud?!” gehoord.

Inmiddels ben ik weer herenigd met mijn geliefde winterjas en kan ik de wereld weer trotseren zonder het permanent koud te hebben. Ik kijk er nu zowaar naar uit om op de fiets te stappen in plaats van dat ik overal mijn dekens mee naartoe wil nemen. Het enige nadeel is dat ik van nature een koukleum ben en mijn winterjas me alleen maar koud én bezweet maakt. Maar goed, je kunt niet alles hebben.

Caliente (het enige Spaans wat ik heb geleerd)

Ik typ deze blogpost op mijn GLOEDNIEUWE en PRACHTIGE laptop waarvan het beeldscherm anti-glare is en de toetsen zo verwerkt zijn in de computer dat er geen eten onder de toetsen komen. Toen ik het ding aan het instellen was, vroeg het me hoe ik de laptop wilde noemen. Ik typte meteen Beyoncé in, maar mijn broer zei dat ik dat niet moest doen, omdat andere mensen mijn laptop konden ‘zien’. Maar ‘Nicole’s laptop’ klonk zo saai, en na een lange tijd naar mijn beeldscherm te staren raakte ik in paniek en noemde ik het Yoghurt. En die naam past veel beter dan Beyoncé.

Afgelopen weekend moest ik helaas tijdelijk afscheid nemen van mijn nieuwe speeltje, want het paste niet in mijn handbagage voor mijn vlucht naar Valencia. Eenmaal in de zonnige stad aangekomen, vergat ik echter heel snel dat ik Yoghurt thuis had liggen (zowel in de koelkast als in de laptoptas). De prachtige oude gebouwen, de vreemde moderne gebouwen, het enorm lange groene park en de aquaria waar ik tijdelijk verliefd werd op een beluga die me nieuwsgierig aan bleef kijken wanneer hij langs zwom, al deze dingen maakte het prima dat ik tijdelijk achter ging lopen op mijn studie-leeswerk en opdrachten.

Hoogtepunten: 1) mijn ober die zo zijn best deed op zijn Engels maar vooral hele mooie ogen had en die wat mij betreft niets hoefde te zeggen, 2) het moment dat ik het aquarium inliep en ik meteen allerlei drukte van me af voelde glijden, 3) het GEWELDIGE ontbijt in het hotel, inclusief mini-donuts, churros, allerlei soorten fruit, feta, broodjes en roerei, you name it, het was er, 4) in plaats van ‘authentiek’ Spaans voedsel te eten als alle toeristen, op de eerste avond fastfood halen en het in pyjama op het zachte hotelbed eten, vreemd genoeg een ervaring van pure luxe, 5) 207 treden naar boven lopen in de toren van de kathedraal om vervolgens te genieten van een prachtig uitzicht over de gehele stad en omstreken, 6) eigenlijk vooral het ontbijt, laten we eerlijk zijn, ik hou van ontbijt en ik keek er elke ochtend naar uit.

Er zijn nog drieduizend andere dingen die ik wil vastleggen voor mezelf en voor de wereld over de dingen die ik heb bedacht en gedaan in Valencia. Voorlopig blijft het bij dit: het was leuk. Het was heel erg leuk. Mijn wanderlust is weer aangewakkerd.

Inpakpiet

Morgen vertrek ik voor een weekendje weg naar het nu nog zonnige Valencia. Naast het feit dat ik dan weer moet dealen met mijn vervelende angst om met het vliegtuig te reizen, moet ik me ook weer moed inspreken om mijn spullen in te pakken.

Momenteel liggen alle spullen die ik vanuit Utrecht mee moet nemen netjes op mijn bed. Dat klinkt allemaal heel goed, tot je bedenkt dat ik over een half uur weg moet en dat ik ondertussen dus dit stukje aan het typen ben.

Toen ik met mijn bestie Lotte op vakantie ging, was het nog een stapje erger. In plaats van de dag van tevoren van alle kampeerspullen te verzamelen, deden wij allebei precies hetzelfde: een kwartier voor vertrek bedenken wat we nu eigenlijk allemaal nodig hadden. Ik overdrijf niet. We zijn gewoon last minute personen. Uiteindelijk bleek die aanpak niet heel slecht te zijn, we hadden gewoon alles bij elkaar gekregen. Vraag me niet hoe.

Nu het weer zo ver is, bekruipt me het oude gevoel weer dat me vertelt dat ik sowieso iets ben vergeten. Iets wat heel belangrijk is, en wat ik niet zomaar kan kopen in de Spaanse stad. Ik heb al een aantal keer naar mijn bed gekeken in de hoop dat ik kon uitvinden wat het was, maar ik moet er maar op vertrouwen dat mijn inpakskills sinds de zomer niet achteruit zijn gegaan.

Adiós!

Regendansen

vetcool

Er zijn twee dingen die ik zeker weet over het regenachtige weer en dat is dit: 1) Alles moet een zwart-wit Instagramfilter krijgen en 2) Alles is beter met een trui aan en een kop thee. Het zijn beide oerinstincten.

Terwijl het halve land klaagt over hoe donker en koud het is, alvast in een winterdepressie raakt en het toch probeert om met paraplu buiten te lopen (het is alleen komisch dat een paraplu binnenstebuiten waait wanneer jij niet degene bent die het ding vasthoudt), heb ik deze week zo’n beetje onophoudelijk de tijd om vanuit mijn warme kamer van het weer te genieten. Na het afronden van mijn papers heb ik namelijk eventjes rust voordat ik weer aan de slag ga met de volgende vakken.

Die rust houdt vooral in dat ik mijn laptop ver van me vandaan hou, veel muziek luister en de hoeveelheid afwas met een gigantische snelheid vergroot. Inmiddels moet ik met enige tegenzin zeggen dat ik verslaafd ben geraakt aan Shake it Off van Taylor Swift en dat ik mijn dansetroutine op het liedje heb geperfectioneerd.

Terwijl de wind tegen mijn raam raast en de regen in poelen op straat ligt, leef ik mijn huismusdromen uit. Maar dat betekent niet dat ik alleen maar binnen zit. Ik moest ook mijn paperfrustraties uiten en ging daarom maar, als een echte bikkel, door de regen hardlopen. Ik voelde me Rocky terwijl ik een heuvel oprende met regendruppels in mijn wimpers. En daarna: douchen en het herfstige weer van me af shaken. Ik ben weer mijn oude zelf.

Het is een nacht

Als je je afvraagt waar ik de afgelopen dagen heb uitgehangen, weet dan dat ik niet verder weg van mijn laptop ben geweest dan normaal. Dit is namelijk de week dat ik de afgelopen periode aan colleges moet afronden met papers die qua samenhang zo ongeveer het tegenovergestelde zijn van mijn innerlijke leefwereld. Het is nogal lastig voor een chaoot als mijzelf om me te houden aan de strakke regels van het academisch schrijven, zeker wanneer je gewend bent om elke paar zinnen een smiley te plaatsen en het woordje ‘fucking’ zo’n beetje een vast onderdeel is van je vocabulaire.

Al met al gaat het wel goed, tot vannacht. Mijn onderburen waren weer eens lekker bezig het weekend te vieren en voor hun hoort daar standaard gitaarspelen bij, plus het bijbehorend meeblèren. Het enige voordeel is dat het gitaarspel niet slecht is, maar de nadelen zijn duidelijk. Terwijl ik lag te woelen in mijn bed en probeerde de oh zo belangrijke slaap te pakken die mijn brein nodig had om te functioneren, gooiden mijn onderburen er een luidkeels She Will Be Loved uit. Niet alleen hun liedjes hebben een behoorlijk volume, ook hun gesprekken zijn prima te horen vanuit mijn kleine kamertje.

Dit leidde ertoe dat ik er ’s nachts overtuigd van was dat ze het hadden over de verschillen en overeenkomsten tussen paganisme en wicca, iets waar ik in een van mijn papers mee worstelde. Pas toen ik (rond drie uur ’s nachts) klaarwakker was, besefte ik dat dit waarschijnlijk niet een heel normaal onderwerp is voor een stel mannen die zo te horen rond de twintig zijn.

Uiteindelijk heb ik nog een paar uurtjes dromen kunnen pakken en zat ik vanmorgen weer fris en fruitig literatuur door te nemen. Het enige obstakel dat nu nog in mijn weg ligt is mijn geliefde laptop, die nu toch eindelijk met één been in het computergraf staat. Hij rammelt ontevreden en is extra langzaam geworden. Na ons paperschrijf-avontuur wordt het misschien toch maar tijd om ieder een eigen weg te gaan. Ik, op naar mijn volgende laptopmaatje, en mijn laptop, naar de schroothoop. Voor nu genieten we nog van onze romance.